Beelddenken, thuis en op 't werk

Datum: Dinsdag 24 oktober 2017
Tijd: 19:30 - 21.30 uur
€ 49.00



‘Beelddenken, thuis en op het werk hoe kan ik beter omgaan met mijn anders-zijn?’
Als je van de hak op de tak praat, veel creatieve ideeën hebt en een groot inlevingsvermogen naast stressgevoeligheid, gebrek aan structuur en/of spellingsproblemen, zou het heel goed kunnen zijn dat jij een beelddenker bent.

Vijf situaties
- Janna, een intelligente, artistieke beelddenkster van 16 kan zich op school maar moeilijk concentreren. "Haar brein past niet bij de schoolmethodes", zegt haar mentor, "en daarom laat ze telkens de moed zakken". Zij en haar moeder (geen beelddenkster) hebben samen een probleem: ze verstaan elkaar niet. Moeder maakt zich grote zorgen omdat Janna al drie keer van school is gewisseld. Kon zij haar dochter maar helpen!
- Marloes zit vol creatieve ideeën. Haar leidinggevende echter ervaart die als een onsamenhangende stortvloed van woorden. Daarom vraagt hij haar om die eens ordelijk op schrift te stellen. Marloes doet haar best, maar raakt na enige tijd zo gestrest dat ze hem moet vertellen dat ze het gewoonweg niet kan en het opgeeft. Twee mensen zijn nu gefrustreerd en lopen mooie kansen mis elkaar te verrijken.
- Joep heeft moeite om over zijn klantcontacten beknopte verslagen te schrijven. Zijn leidinggevende verzoekt hem die korter en bondiger samen te vatten. Dat lukt hem echter niet omdat hij altijd naar het juiste woord moet zoeken, bovendien veel moeite heeft om correct te spellen. Joep raakt gestrest, terwijl iedereen op zijn werk hem juist waardeert voor die uitstekende klantgesprekken.
- Danielle praat op kantoor van de hak op de tak en is er nadrukkelijk aanwezig. Anderen ergeren zich hieraan, maar toch waarderen ze haar ook om haar grote sociale betrokkenheid. Daarnaast kan zij als geen ander sparren over belangrijke issues. Toch stapelen de ergernissen zich op waardoor een vruchtbare samenwerking maar niet van de grond kan komen, net zo min als een plezierige collegiale sfeer.
- Tom loopt in zijn team tegen functioneringsproblemen aan. Als enige daar overziet hij het hele scala problemen dat eerst zal moeten worden opgelost om van het project een succes te maken. Hij komt bij zijn collega’s niet aan de bak, omdat die meer systematisch te werk willen gaan. Een extra hindernis ligt bij zijn manager die het niet kan verkroppen dat Tom in zijn denken vaak sneller is dan hij. Tom loopt vast, voelt zich niet gewaardeerd en neemt zijn problemen mee naar huis.

Welke onderwerpen komen aan bod?
Naast onderlinge ontmoeting en uitwisseling van ervaringen, is er een grote plaats ingeruimd voor kennisoverdracht (punt 1 t/m 4 hieronder) en een eerste kennismaking met praktische vaardigheden (punt 5).
1. Wie zijn ‘beelddenkers’?
Mensen die van nature anders met informatie omgaan dan anderen: voor het merendeel via innerlijke beelden in plaats van taal. Deze groep bestaat enerzijds uit mensen die een diagnose hebben als dyslexie, ad(h)d, ass, dyspraxie of dyscalculie, anderzijds uit een veel grotere groep die geen enkele diagnose heeft omdat ze het op school nu eenmaal gered hebben.
2. Wat maakt beelddenkers anders?
Zij onderscheiden zich veelal positief van anderen door hun bevlogenheid en fantasie, hun inlevingsvermogen en snelle, associatieve denken. Door hun nieuwsgierigheid en creativiteit, speelsheid en impulsiviteit, hun praktische instelling en inventiviteit, hun gevoeligheid voor schoonheid en sfeer en hun liefde voor gekke verhalen. Hun natuurlijke leerstijl is anders dan die in het Nederlands onderwijs. Het gevolg van die botsing is dat zeer veel beelddenkers faalangst ontwikkelen in hun schoolcarrière, een laag zelfbeeld en een overdreven perfectionisme.
3. Waar komen beelddenkers voor?
Met uitzondering van onze westerse wereld zijn alle mensen beelddenkers. Het onderwijs daar is dan ook gefundeerd op beelddenken (verhalend, aanschouwelijk, repeterend). In onze westerse wereld echter vormen beelddenkers een minderheid (waarschijnlijk 1 op de 5) omdat hier in alle vormen van onderwijs het ’lineaire’ oftewel ‘taaldenken’ dominant is geworden, een manier van denken die de meeste kinderen zich op school al vroeg eigen weten te maken.
4. Waarom doen en denken beelddenkers anders?
Omdat zij een sterke, aangeboren voorkeur hebben voor activiteiten van de rechter hersenhelft, een aanleg die je terugziet in hele families. Deze voorkeur blijft dominant ondanks de druk vanuit school om zich het taaldenken eigen te maken. Dit doen zij omdat beelddenken duidelijk voordelen heeft. Het gaat niet alleen sneller, de beelddenker ervaart deze wijze van denken ook als bron van plezier en schoonheid, van inzicht en inspiratie. Niet voor niets zijn veel beelddenkers kunstenaar of ontwerper, uitvinder of troubleshooter, schrijver of dichter.
5. Hoe kun je je als beelddenker sterker maken in een wereld die anders denkt dan jij?

- Door je de techniek van Mindmapping eigen te maken die op beeldende wijze structuur en
overzicht aanbrengt in je tijd en ideeën. (In de cursus maak je kennis daarmee.)
- Door een nieuwe relatie aan te gaan met je gevoelens met behulp van uiteenlopende
Stressmanagements- en Focustechnieken. (In de cursus maak je kennis daarmee.)
- Door een training te volgen ‘Verbeteren van spelling-, lees- en schrijfvaardigheden’.
(Buiten de cursus.)
- Door bewustwording van je oude, negatieve zelfverhaal dat je geleidelijk leert om te vormen tot
een geheel nieuw denkkader. Daarmee én met de nieuw verworven vaardigheden kom je dichter
bij jezelf en beter in je vel te zitten en durf je uiteindelijk van harte anders te zijn.
(In de cursus wordt een duidelijk begin gemaakt met dit nieuwe denkkader.)

Aantal lessen: 3
Einddatum: 14-11-2017

Docente: Pien van den Boorn, ZKM coach en ervaringsdeskundige